Westerse astrologie - Cursusmateriaal
Enige astrologische termen en hun inhoud
Huizen
Dit is de verdeling in twaalf segmenten van de dierenriem; in deze cursus
werken we met de huizenverdeling van Placidus, een ongelijke huizenverdeling,
waardoor het ene huis groter kan zijn dan het andere. De huizen in een horoscoop
geven elk een bepaald levensgebied aan, ze vertellen iets over wat we willen
of zouden willen en wat we kunnen verwachten tegen te zullen komen op een
bepaald gebied. Elk huis heeft een algemene achtergrond én een specifieke.
De algemene is, dat bijvoorbeeld het eerste huis iets vertelt over je benadering
van je directe omgeving en de meer specifieke achtergrond wordt bepaald door
het teken van de dierenriem, waarin je eerste huis begint. Een eerste huis
beginnend in Ram is bijvoorbeeld heel anders dan een eerste huis beginnend
in Stier.
Elk huis begint en eindigt ergens; het beginpunt van elk huis noemen we een
cusp.
Positieve en negatieve
tekens
Deze indeling heeft niets te maken met wat we doorgaans onder positief en
negatief verstaan!! Het heeft te maken met het mannelijke en het vrouwelijke
principe, met het meer naar buiten en het meer naar binnen gerichte. De positieve
tekens in de dierenriem zijn meer naar buiten gericht, actief, op anderen
gericht, initiatiefrijker. Positieve tekens: Ram, Tweelingen, Leeuw, Weegschaal,
Boogschutter en Waterman.
De negatieve tekens in de dierenriem zijn meer naar binnen gericht, afwachtend,
ontvangend en reagerend. De negatieve tekens: Stier, Kreeft, Maagd, Schorpioen,
Steenbok en Vissen.
De elementen
Er zijn vier elementen, namelijk vuur, aarde, lucht en water. De elementen
vertellen iets over je manier van kijken en hoe je in allereerste instantie
de wereld beleeft.
Vuur: Ram, Leeuw en Boogschutter.
Aarde: Stier, Maagd en Steenbok.
Lucht: Tweelingen, Weegschaal en Waterman.
Water: Kreeft,
Schorpioen en Vissen.
Vuur: vol initiatief en plannen, toekomstgericht. Neemt het voortouw, maar kan moeilijk dingen afmaken; barstend van de ideeën, maar ze dan delegeren om ze ten uitvoer te laten brengen. Warm en hartelijk. Wil er op uit. Heel intuïtief, ziet achtergronden, samenhangen en mogelijkheden.
Aarde: de intuïtie van vuur is hier niet. Wat vuur eigenlijk mist, heeft aarde: de feitelijke toepassing, het uitvoeren en gestalte geven aan de dingen is eigen aan aarde. Aarde heeft impulsen nodig, maar kan dan afmaken, wat begonnen is en er vorm aan geven. De zintuiglijke waarneming is belangrijk.
Lucht: is mentaal gericht, het denken en beredeneren staat voorop. Voor alles wordt een plekje gezocht in het eigen denkraam, het gaat om logisch denken.
Water: gericht op voelen
en aanvoelen. Water is veel bezig om (aan) te voelen of iets prettig of onprettig
ervaren wordt, op grond waarvan iets al dan niet geaccepteerd wordt. Sfeergevoelig.