Vedische astrologie - Rahu en Ketu
Er zijn vele mythen en
legenden rond Rahu en Ketu. De meest bekende is die van Rahu en Ketu als de
Naga Vasuki heersers van de Patala Loka, de laagste sferen van de aarde. Naga's
zijn slangen, geen gewone slangen, maar serpenten met veel
verborgen kennis en wijsheid.
Er was een grote oorlog tussen de goden en de demonen om de macht over het
universum en in het centrum daarvan lag de oceaan, die gekarnd werd om verborgen
schatten te vinden en Amrita, het nectar voor onsterfelijkheid. Vasuki, een
demon, hielp de goden bij hun missie. Hij was het touw, dat om de spirituele
berg Mandara was gebonden, wat de stok was, waarmee de goden de oceaan karnden.
Toen
de Amrita was gevonden, wilden de goden die voor zichzelf houden, omdat zij
aanvoelden dat de demonen het voor verkeerde doeleinden zouden gebruiken.
Vasuki was een demon, zijn instincten waren eerder gericht op persoonlijke
verheerlijking en materieel geluk dan op het universele goede (jezelf opofferen
voor anderen wordt beschouwd als een goddelijk iets). Vasuki was intelligenter
dan de andere demonen en wilde niet afgezonderd worden van de goden. Hij dronk
de nectar voor onsterfelijkheid in het geheim. De Zon en de Maan echter zagen
dat en beklaagden zich bij Lord Vishnu, de schepper van het universum, die
heel boos werd om dit bedrog. In woede wierp hij zijn zwaard, de Sudharshan
Chakra naar Vasuki en dat kliefde hem in twee stukken.
Maar Vasuki had de nectar gedronken en was onsterfelijk en kon dus niet gedood worden. Hij bleef zich ophouden in de hemelen als Rahu (het hoofd) en Ketu (de onderste helft) als een permanente herinnering aan de andere planeten (goden), aan de donkere kanten van het leven, die wij zullen moeten verslaan om onsterfelijkheid te bereiken.
Rahu en Ketu worden beschouwd als grote vijanden van de Zon en de Maan, omdat zij over hen geklikt hebben bij Lord Vishnu. Symbolisch verslinden Rahu en Ketu de twee lichten gedurende eclipsen. Hun vermogen om de Zon en de Maan te verduisteren maken van Rahu en Ketu zeer krachtige invloeden binnen de zodiak. De Zon, waar omheen de andere planeten in ons zonnestelsel draaien, de Maan, die het leven op aarde beheerst, worden door Rahu en Ketu verduisterd gedurende eclipsen. Rahu en Ketu staan voor de Kosmische Wet, waaraan iedereen, óók de Zon en de Maan, moeten gehoorzamen.
De boven omschreven symboliek heeft met het leven te maken. De goden konden zonder de hulp van Vasuki (Rahu en Ketu) het geheim van onsterfelijkheid niet vinden. Net zo kunnen wij als mens ons hogere zelf niet vinden zonder de lessen van Rahu en Ketu te begrijpen. Zij staan voor de donkere kant van ons karakter, die we moeten overwinnen. Onze innerlijke emoties zijn als de oceaan, die gekarnd wordt. In die oceaan liggen een aantal schatten, maar ook vergif en lelijke dingen. We moeten het kostbare leren onderscheiden van het waardeloze om zo uiteindelijk het Amrita te vinden, het geheim van onsterfelijkheid of werkelijk geluk. Het gaat om het conflict tussen onze gehechtheid aan materiele verworvenheden (wat ons tijdelijk geluk bezorgt, een fantasie, omdat er geen reële basis is, het domein van Rahu) en bevrijding van de ziel om zo zegen en rust te vinden, die eeuwig is en altijddurend (Ketu, de verlichting aangevende aanduider voor spirituele realisatie). De goden hadden de hulp nodig van Vasuki en net zo hebben wij de hulp nodig van de kennis, die ons wordt aangereikt door de wijze maansknopen om onze richting te bepalen.