Vedische astrologie - cursusmateriaal
(...) Nog interessanter is, dat er in Jyotish een legende overgeleverd is, die vertelt hoe de diverse constellaties (rashis) van de zodiak hun heersers kregen, de planeten, die erover heersen. Dit verhaal is van generatie op generatie doorverteld en voor zover bekend uniek in de klassieke literatuur. Hier volgt de legende.
In het begin waren er
de Zon en de Maan, de koning en koningin van de hemel. Omdat zij de absolute
monarchen waren van alles, wat zij aanschouwden, heersten zij respectievelijk
over Leeuw en Kreeft. Toen nu Mercurius zag, dat deze twee overal over heersten
en alles bezaten, besloot hij te vragen (want Mercurius heerst over communicatie)
om enig land in de zodiak voor hemzelf. De Zon, die van nature grootmoedig
is, zei: "Goed, jij mag Maagd bezitten, de constellatie naast mij."
Nu is Mercurius bekend als een dualistische planeet, een meester in spreken
met twee monden, hij spreekt met een gevorkte tong. Hij vond, dat de manier,
waarop hij wat land van de Zon had toegewezen gekregen, nogal gemakkelijk
gegaan was,
wachtte tot het nacht werd (Mercurius heerst zowel over de dag als de nacht,
want hij kan zich aanpassen) en zei toen tegen de Maan, de koningin van de
nacht: "O koningin, de Zon heeft mij een plekje gegeven. Zou je dat niet
willen overtreffen?"
Welnu, de Zon is de ziel en de Maan de emotionele geest. De geest is onzeker,
wetend zelf geen licht uit te kunnen stralen, maar alleen maar een reflectie
te kunnen zijn van de ziel. Vanwege deze onzekerheid probeert de geest constant
zichzelf te vergroten, op een hoger plan te zetten en zo probeert de geest
vaak de processen te dupliceren, die deel zijn van het leven van de ziel.
Dit is bijvoorbeeld de reden, waarom de geest heel vaak zichzelf ervan probeert
te overtuigen, dat hij het eeuwige leven heeft. Dus antwoordde de Maan aan
Mercurius: "Goed, neem maar Tweelingen, de plek naast mij". Op deze
manier kreeg Mercurius, de denkende geest, Maagd en Tweelingen in zijn bezit.
Venus (verlangen) zag, wat Mercurius had gedaan en vroeg hetzelfde. De Zon,
die heel eerlijk is en nooit dezelfde plek twee keer weg zou geven, zei: "De
plek vlak naast mij heb ik al gegeven aan Mercurius, maar jij mag de erop
volgende plek hebben", wat Weegschaal was. Venus vroeg hetzelfde aan
de Maan en kreeg zo Stier. Ziende wat Venus (verlangen) had gedaan, deed Mars
(actie) hetzelfde en kreeg zo Schorpioen en Ram van respectievelijk de Zon
en de Maan. Verzoeken van Jupiter (wijsheid) bezorgden hem Boogschutter en
Vissen en uiteindelijk hoorde zelfs Saturnus van het nieuws - Saturnus, die
langzaam is in het oppakken van de dingen, altijd de laatste, die de dingen
weet. Saturnus (afstand doen) kreeg wat aan weerszijden overgebleven was -
Steenbok en Waterman.
De werkelijke schoonheid van deze legende zit in het volgende: het geeft ook de evolutie weer van het menselijke bewustzijn, dat ontspruit aan de ziel en op de allereerste plaats ervaren wordt in de emotionele geest. Dan ontwikkelen zich beetje bij beetje objectieve gedachten en daardoor ontwikkelt zich ook de denkende geest. Hoe meer de geest denkt, hoe meer verlangen er ontstaat. Verlangens leiden tot actie om deze verlangens te verwezenlijken. En vanuit actie komt wijsheid, omdat je leert van de gunstige en ongunstige resultaten van goede en slechte acties. Als wijsheid uiteindelijk rijp wordt, wordt afstand doen onvermijdelijk, omdat je op zeker moment tevreden bent met wat de natuur je geeft. Je bent gelukkig met wát er dan ook voor je overblijft. Dezelfde drama´s, die zich ontvouwen op aarde, zijn ook symbolisch aan de hemel te zien: zo boven, zo beneden.